Zomer 1999. Een zaaltje in Oldenzaal. Mijn allereerste concert. Ik ben veertien en Dinand Woesthoff is het voor mij helemaal. Een rockgod, een echte man. Hij bezingt mijn jonge leven en ik wil het liefst heel hard gillen. Dat deed ik overigens niet. Zo’n meisje ben ik nooit geweest.
Zomer 2010. Het Volkspark in Enschede. De TMF Awards. Ik ben 24, en de verzamelde festivalgangers om mij heen niet. Ik besef me terdege dat ik nog niet oud ben, maar het mij omringende cluster pubers stemt me niet gelukkig. Ze zijn jong, puisterig, hebben keihard hun best gedaan op hun festival outfit en lopen al tongend en dansend in drommen richting de verschillende podia.
Op de main stage staat Dinand met zijn Kane. Nog steeds woest(hoff) doet hij meidenharten sneller kloppen, maar op deze zwoele zomeravond moet hij het afleggen tegen een hogere macht. Want het grasveld voor het grote podium loopt twee uur later pas echt vol, wanneer Jared Leto met zijn 30 Seconds to Mars ten tonele verschijnt.
Ik blijf na het optreden van mijn Kane rustig staan en bekijk het podium eens van dichtbij. Je kan zeggen wat je wil over de opkomst, maar tien jaar geleden stond Kane nog voor veel kleinere zalen. ‘Mevrouw, mag ik er even langs?’, wordt mijn gedachte verstoord door twee jongetjes van een jaar of elf en dertien voordat ze met mobieltjes in de aanslag in concertmodus vervallen.
Jared verschijnt, Enschede wordt nagenoeg van de kaart gegild en de band zet een nummer in dat ik echt nog nooit heb gehoord. Mijn buurjongetjes zingen heftig springend mee. De jongste belt ondertussen zijn moeder.
Zij kent Leto waarschijnlijk nog als acteur. Zo gaat dat met oude mensen: wij verdronken tien jaar geleden al in de helblauwe ogen van Jared en zagen zo films als Fight Club en Requim for a Dream, die een vrouw verder maar bar weinig te bieden hadden. Maar Jared. Zucht.
Zo kent het TMF-publiek Mr. Leto helemaal niet meer. Voor hen is hij een rockkoning met een blonde hanekam. Zijn beroemde ogen zijn onzichtbaar achter een witte zonnebril. Hij is hun Dinand. Over tien jaar lopen zij op een festival waar Taylor Lautner (vadsig en kaal) aan zijn gitaar staat te likken. Veertienjarigen genieten zichtbaar, maar zij denken met weemoed terug aan die goeie ouwe Twilight-tijd. Dat zal ze leren.
Toen ik de eerste berichten over een A-Team film hoorde, had ik daar zo mijn twijfels over. Ik bekeek wat YouTube-fragmenten en besloot dat de serie inderdaad wel heul erg eighties was. Ook de casting leek me wat problematisch. Want een Hannibal en een Face oké, maar waar duikel je een Mr. T.-kloon en een waardige Murdock op?
Niet in Hollywood, zo bleek uiteindelijk. Want voor B.A. mocht freefighter Rampage Jackson opdraven en de rol van Murdock ging naar de Zuid-Afrikaanse Sharlto Copley die met zijn eerste echte filmrol (Wickus van de Werwe in District 9) gelijk bij de Oscars belandde. Hij is overigens ook hier geweldig en gaat ongetwijfeld een gouden toekomst tegemoet.
Een stukje onvoorspelbare casting dus, waardoor de film al snel in mijn achting steeg. Maar, zo bleek al snel, ik was wel zo’n beetje de enige. In de bioscoop was het op de allereerste draaidag angstig rustig en zelfs vriendje Mr. T. (wel een andere overigens) weigerde dienst als metgezel. Ook voormalig acteur en nu Tell Sell-host Mr.T. was niet te spreken over de remake. Hij sprak over een teveel aan seks en bloedigheden (The eighties called, they want their morals back…) waardoor ik iets in de trant van Rambo First Wood verwachtte maar dat viel naar mijn maatstaven nog alleszins mee.
Nee, de film is wat mij betreft een schot in de roos. Snel, gelikt, grappig. En bovenal geen karikatuur van zijn vroegere zelf, maar eerder een new & improved versie van zichzelf, een A-Team 2.0. Overal waar ik dit geloof verkondig, kijken mensen mij wat glazig aan. The A-Team lijkt ze wat viezig te smaken. Normaal val ik dan vaak terug op een positieve recensie in het Britse filmblad Empire, maar tot de film daar op 30 juli (!) uitkomt, lijk ik er alleen voor te staan.
Nou ja, alleen… De beide Mr. T’s mogen mijn foolishness dan pity’en, de originele Murdock en Face spelen zelfs mee in de film (maar niet knipperen aub). Een doordacht plan van de makers van de remake om de old-school fans naar de bioscoop te krijgen. Voor de jongeren werd actie ingezet als lokkertje. En voor de jongere en oudere vrouwen werd dankbaar gebruik gemaakt van respectievelijk de rechterborstspier van Bradley Cooper en de bronstige stem van Liam Neeson, die weliswaar een Amerikaan speelt, maar zijn Ierse accent nog net voldoende heeft behouden om de gemiddelde vijftiger in één klap uit de menopauze te halen.
Missen we alleen nog de echte Hannibal in dit verhaal. Die kan de film helaas niet meer zien of beoordelen, want hij is al een tijdje dood. Wat hij ervan zou hebben gevonden, durf ik niet te zeggen. Wat ik wel weet: he did love it when a plan came together…

Dokter, acteur, piemelawardwinner. Ken Jeong’s ster is absoluut rijzende. Het wordt dan ook de hoogste tijd dat iedereen in Nederland kennis maakt met de hilarische Amerikaan. Liefst via de serie Community, want deze sympathieke, kleine comedy verdient al even zoveel aandacht.
1. Eigenlijk is hij dokter
Jeong haalde in 1995 zijn medical degree. Terwijl hij wat aandokterde, kluste hij bij in comedy clubs. Uiteindelijk werd hij ontdekt en verhuisde hij naar LA waar hij in 2007 zijn eerste filmrol in de wacht sleepte. In Judd Apatow’s Knocked Up speelde hij, jawel, een dokter.
2. Hij heeft een hele kleine, maar wel bekroonde, piemel
Afgelopen zondag werd Jeong een legende. Bij de MTV Movie Awards won hij de award voor ‘Best WTF Moment’. Deze verdiende hij met zijn optreden in The Hangover, waar hij geheel naakt ongemakkelijk lang om Bradley Cooper hangt. Blijkbaar zit het de acteur formaatsgewijs niet zo mee, maar hij heeft nu dus wel een bekroonde piemel. Zal zijn vrouw blij mee zijn.
3. Stiekem is hij heel ‘normaal’
Over vrouwlief Tran gesproken: zij bracht haar man tijdens zijn overwinningsspeech aan het huilen. Na een dankwoord namens De Penis gunde Jeong een kijkje in zijn leven toen hij vertelde dat zijn vrouw tijdens de opnames van The Hangover worstelde met borstkanker. In tranen riep hij dat ze inmiddels twee jaar kankervrij is.
4. Community
In die twee jaar heeft de acteur niet stilgezeten. Sinds september is hij te zien in de in Amerika razend populaire serie Community (zie filmpje hieronder). Hierin speelt hij een leraar Spaans die omringd wordt door studenten van alle leeftijden en mentale gesteldheden. Het is een aanrader, één van de grappigste nieuwe series sinds 30 Rock. Dat is overigens niet alleen toe te schrijven aan Señor Chang maar vooral ook aan Joel McHale en nieuwkomers Danny Pudi en Donald Glover, wiens bromance de maatstaaf moet zijn voor alle volgende bromances. En dan hebben we Chevy Chase (ja, die) nog niet eens genoemd… Gaat dat zien.
‘Jij moet gaan bloggen’. Als ik een euro had voor elke keer dat iemand dat tegen me heeft gezegd, dan had ik toch al zeker een tientje. Nee, niet iedereen in mijn omgeving ziet in mij een blogger pur sang. Immers, ik zit al de hele dag achter mijn laptop en kan daar na mijn werk toch geen zin meer in hebben? Nou best wel hoor.
Jawel, ik schrijf veel. Zoveel zelfs dat het toetsenbord van mijn laptop nog maar 25 letters telt (de n is om mysterieuze redenen vroegtijdig bejaard geworden. Oké, misschien ook weer niet zó mysterieus, maar waarom lijken de r en de t dan beiden nog in hun tienerjaren te zijn?). Maar het maken van lappen tekst voor het lokale lommerdje is nou niet bepaald de grote droom van iedere schrijver. Ook de ellenlange vertalingen voor de zogenaamd Canadese Dr. G (die nooit belt en altijd mailt en waarvan ik stiekem vermoed dat het a) geen Canadees, en b) geen echte dokter is) zijn nu niet direct het hoogtepunt van mijn dag.
Maar schrijven, in welke vorm dan ook, blijft mijn liefste hobby. Dus nu een blog, op aanraden van Mr. T die het goed met me voor beweert te hebben maar stiekem gewoon wil dat ik soms iets níet met hem deel. Dan liever met gezichtsloze comasurfers (waaronder ongetwijfeld Dr. G) die van wanhoop ook niet meer weten wat ze op het web moeten doen.
Dus pak ik bij deze de pen (of het mild verminkte toetsenbord) weer op en ga ik nu echt regelmatig van me laten horen. Een paar jaar geleden blogte ik namelijk ook al, maar het grote geld lonkte en dus kreeg ik geen letter meer op papier zonder een factuur te sturen.
Wat jullie van mij kunnen verwachten, laat zich niet simpel voorspellen. Ja, ik ben gek op film, televisie, muziek en de alom verfoeide (maar door mij zo geliefde) celebcultuur. Maar tegelijk ben ik ook ziekelijk gepreoccupeerd met mijn kater Guus en mijn, zo weet ik bijna zeker, drugsverslaafde buren met naast een ernstig volumeprobleem ook een bijna onmenselijk slechte en eclectische muzieksmaak. Desalniettemin hoop ik dat jullie het allemaal met mij willen meemaken. En op verzoekjes ga ik altijd in, hoewel ik dan vaak, uit oude gewoonte, wel een factuur stuur.



